Allosaurus

 
Allosaurus (al-lo-sau-rus) betekent "vreemd reptiel". Allosaurus werd voor het eerst in 1869 in Colorado (VS) gevonden. Zijn lichaam was 12 meter lang, dat is ongeveer de breedte van een tennisbaan. Het was een wrede vleeseter en elke hand en voet droeg drie sterke klauwen om zijn prooidieren vast te grijpen. Allosaurus was 150 miljoen jaar geleden de grootste en meest voorkomende vleeseter van het gebied.
 

Allosaurus-schedel

De enorme schedel had grote gaten of "slaapvensters" tussen de botten, waardoor hij licht maar toch sterk was.

Allosaurus had een ruwe beenknobbel boven beide ogen. Doordat deze van vorm verschilden, konden de dieren elkaar mischien herkennen.

Hij had grote oogkassen en dus waarschijnlijk ook grote ogen.

In de kaken van Allosaurus stonden bijna 70 kromme zaagtanden. Omdat ze naar achter waren gebogen, duwden ze de brokken vlees als vanzelf de hongerige muil in.

Vleeseters met een grote muil als Allosaurus hadden flinke spieren om hun kaken open en dicht te doen. deze grote spieren zaten aan de binnenzijde van de schedel vast en konden in de slaapvensters opzwellen.

De schedel van Allosaurus was bijna 1 meter lang. De kaken scharnierden aan de achterkant en konden openzwaaien om dan met een felle beet weer dicht te klappen.