| Ankylosaurus (an-kie-lo-sau-rus) was
de laatste en grootste soort in de familie die dezelfde naam draagt.
Hij was ongeveer even hoog als een olifant en werd maximaal 10 meter
lang. Ankylosaurussen hadden een bredere kop en minder stekels dan
nodosaurussen. Het belangrijkste was echter dat ze een krachtig
wapen hadden: een machtige, in een knots uitlopende staart. Hun
staartknotsen waren kolossaal en zwaar, en bestonden uit botstukken
die tot één grote beenklomp met elkaar vergroeid waren. |
 |
| Een Ankylosaurus verdedigde
zichzelf door met zijn staart naar een aanvaller te slaan. Met een
goedgerichte slag kon hij een T. rex vellen. |
 |
De kop van een Ankylosaurus was
uitgerust met een kolossaal beenplaatpantser. Euoplocephalus
had zelfs beenachtige oogleden. Ze werden ongeveer zoals een stalen
rolluik dichtgeklapt om de ogen tegen de klauwen van een aanvaller
te beschermen. Tot nu toe zijn er alleen in Mongolië, China en het
westerlijke deel van Noord-Amerika Ankylosaurusfossielen gevonden.
De Nodosaurussen leefden echter op veel meer plaatsen. Zelfs in
Australië is een nodosaurus gevonden, terwijl daar tot nu toe nog
maar weinig dinosaurussen zijn aangetroffen. |
| Maar wáár zij ook
leefden, Ankylosaurussen aten altijd planten. Eén van hen, Pinacosaurus,
had zulke kleine, zwakke tanden, dat hij alleen door het eten
van de zachtste delen van planten kon overleven. |
|